Een artikel uit de krant. Bij nader inzien.

Het is een kwestie van ruimte. Het is een kwestie van ruimte. Het is een kwestie van ruimte.
Toen ik het eenmaal doorhad, klonk het als een natuurwet: als ik mezelf omarm, komt niemand ertussen.
Er was eens een psychotherapeut die mij vroeg met welk sprookje ik me het meest identificeerde.
“Sprookje?” vroeg ik verbaasd.
“Ja. Het eerste wat in je hoofd opkomt.”
“Hmmm… Roodkapje.”
“Waarom Roodkapje?”
“Geen flauw idee. Het was het eerste wat in mijn hoofd opkwam.”
“Maar waarom denk je dat dit het eerste was wat in je hoofd opkwam? Waarom niet Sneeuwwitje of Doornroosje bijvoorbeeld?”
“Hmmm… Dat weet ik niet. Misschien had mijn onderbewuste niet zo’n zin om slapend op een prins te wachten? Misschien wilde het liever met een mandje vol lekkers avonturen in het bos beleven en de Boze Wolf maar voor lief nemen?”

Ik woonde in Roermond. Op een zondag kreeg ik ineens zin om nieuwe, interessante mensen te leren kennen. En ik dacht: ik ga naar Scheltema, op het Koningsplein in Amsterdam. Als ik een boek kan vinden dat me echt aanspreekt, ga ik de auteur vragen of die een kopje koffie met mij wil drinken. Nee heb ik, ja kan ik krijgen.
Op de terugreis werd ik vergezeld door “Over de ervaring”, van Michel de Montaigne. Een nieuwe uitgave van het essay “De l’experiénce“, uit 1580.
Koffie is helaas nooit gelukt.